Zal ik het dan maar gewoon zeggen? Dat wat we allemaal denken? Ja? Ok. Van mij mag de zon weer aan. En de temperatuur weer naar eind twintig. Want dit weer is natuurlijk helemaal niks zo. Ik weet dat ik nu het meest besproken en beklaagde onderwerp behandel, maar dit kan zo niet langer. En iemand moet het zeggen.
Voor het eerst wilde ik niet emigreren naar een land waar de zon wel veel schijnt. Want wekenlang werden de Nederlanders verwend met prachtig zomerweer. Iedereen was er blij mee. Behalve de bejaarden dan. En de klagers (‘het is zoooo heet, het mag wel wat minder van mij’). En de mensen die op vakantie waren (‘Altijd als IK weg ben is het mooi weer in Nederland´). Maar die tellen niet mee. Voor de rest was iedereen blij. Ontzettend blij met de zomer van 2010.
Ik merkte dat mijn leven echt veranderde. De indeling, de activiteiten, maar ook mijn humeur. Want die kon niet meer stuk. Fluitend en zingend fietste ik door de stad, iedereen een glimlach voor oor tot oor schenkend. Als ik de deur uitging hoefde ik niet te denken, jas mee? Zonnebril op, stond nu op de checklist voor ik me naar het terras begaf. Om daar een heerlijk witbiertje te bestellen. Om elf uur ’s avonds, ja. Want met de hitte was het ondraaglijk in mijn huis. Ik werd verdreven naar het park, strand, zwembad, terras of gewoon op het bankje voor mijn huis. Vreselijk, hè?
De WK wedstrijd tegen Brazilië was een hoogtepunt. Die heb ik op een on-Nederlandse manier gezien. In bikini. In een strandtent in Zandvoort. Die extra dimensie was briljant. Tijdens de rust nam een kerel naast mij ‘even’ een duik in de zee. En nooit eerder zag ik mensen met Oranje vlaggen de zee in stormen, Oranje kreten scanderend. Verbroedering op het strand. Nederlanders zijn elkaars beste vrienden. Tenminste… in de zomer. Als Nederland wint.
Dat is me nog het meest opgevallen. Dat mensen zo aardig waren voor elkaar waren tijdens de hitte. Aangezien ik geen tuin heb plantte ik mezelf vaak op een bankje op de stoep voor mijn huis. Met een drankje en een fijn boek kon ik het aardig uithouden. En elke keer sprak een passant of een van mijn buren mij weer aan. Om een praatje te maken. Over het weer (ofcourse) of mijn boek of een ander non onderwerp. Maar dat maakt niet uit. Want ik vond het fijn om aangesproken te worden. In contact te zijn met andere mensen, waar ik normaal haastig langsloop in de regen. Het leek wel of het drukke Nederland eindelijk even stilstond. En om zich heen keek en dacht, het is hier eigenlijk best leuk. En er wonen ook andere aardige mensen. En het is hier ook nog mooi weer. Wat een geweldig land, eigenlijk!
Tussen mijn hemdjes, rokjes en jurkjes zoek ik onderin mijn kast naar kleding met een mouwtje en een broek met lange pijpen. Om chagrijnig van te worden. En uiteindelijk heel verdrietig. Zucht. Erwin, Marco en onze nieuwste weervrouw, Marloes??! Zullen we afspreken dat weer zomers weer krijgen? Die 37 graden was misschien een beetje teveel van het goede. De bejaarden moeten het wel overleven. Maar een graadje of 28, blauwe lucht, zacht briesje? Moet dat lukken? Ik ben er in elk geval klaar voor… En Nederland wordt er een stukje vrolijker van.
© Romilde van Dongen
Stuur door
Dit is niet OK