Het verschil tussen mannen en vrouwen is enorm. Niks nieuws, zul je denken, maar in de wereld die ´daten´ heet, blijft dit een groot obstakel. Zo denkt een vrouw na drie dagen niets van een man gehoord te hebben meteen´dat ie niet meer geïnteresseerd is in haar´. De man is zich van geen kwaad bewust en was ´gewoon, even met zichzelf bezig´. Niets aan de hand, toch?
Dus wel. Voor een vrouw zijn drie dagen in de onzekere periode van ´elkaar leren kennen´ gewoonweg killing. Miljoenen gedachten gaan door haar hoofd: ‘Deze is dus niet serieus met mij, ik ga hem dumpen!, of nee, ik wacht af totdat hij weer wat laat horen’. Of toch niet?
In de wervelwind van gedachten probeert ze haar hoofd koel te houden, en vraagt advies aan haar vriendinnen. Als deze uitgeadviseerd zijn, is er gelukkig nog het handboek: ‘Wat wil de man?’ Ideaal! Want, niets zo ingewikkeld als het hoofd van de man.
Met zo’n boek op schoot wordt alles ineens heel overzichtelijk voor haar. Alle antwoorden staan erin en veel concrete tips als: ‘wees mysterieus, niet teveel beschikbaar, zeg af en toe eens een afspraak af, of neem de telefoon niet op, de man wil jagen!’. Plus de garantie van de schrijfsters dat, ‘als je alle raad opvolgt, je niet lang meer single blijft!’. Mooi! Het boek krijgt een prominente plek op het nachtkastje.
Want, een beetje raad in de periode van elkaar-leren-kennen is hard nodig. In het grijze gebied hebben ‘we’ namelijk helemaal niets. We zijn elkaar ‘gewoon’ een beetje aan het leren kennen. Nee, hoor, ik ben nog hartstikke vrijgezel. Relatie? Ben je gek! Pff, gewoon beetje daten. That’s it!
We gaan ook vooral geen tijd voor elkaar vrijmaken. Nee, ik heb toevallig een heel leuk leven. Fijn als je daar af en toe even in komt wandelen, maar ik heb al zoveel afspraken staan, de kans is groot dat ik soms niet kan. Hij moet niet gaan denken dat de wereld om hem draait. Ook al denkt zij zo’n 18 uur per dag aan hem. Dat hoeft hij niet te weten. Sterker nog, daar mag hij nooit achterkomen!
Want gevoelens, daar doen we niet aan. Volgens het boek moet de vrouw daar ook vooral niet over beginnen. ´Vrouwen hebben er een handje van zich meteen volledig bloot te geven. ERROR! Hoe sneller je dit doet, hoe minder je een uitdaging voor hem ben´. Prima, denkt de vrouw, ze is al zo vaak gekwetst, haar gevoelens gaat ze niet zomaar tonen.
Maar dan wil de man even praten. Hij wil het over hun relatie hebben. ERROR! HIJ wil praten? Is dat niet HAAR rol? Hij zegt dat hij twijfelt, hij kent haar nog niet goed genoeg. Wie zit er achter het masker dat ze op heeft? Uhh, pardon? Moest ze niet mysterieus, onafhankelijk en zelfstandig zijn? Wat zegt het boek hierover? Blader, blader, blader… Wat? Niets?!
Inderdaad, het verschil tussen mannen en vrouwen is enorm. Zo enorm verschillend dat dit niet in 400 pagina´s beschreven kan worden. Leuk, een boek over ´wat de man wil´, maar elke man is verschillend en verdient dus een andere aanpak. Dat maakt de relatie tussen man en vrouw zo interessant. Mysterieus, niet altijd beschikbaar, uitdagend. Zo kunnen ze fijn op élkaar jagen. In het grijze gebied.
Meer blogs van Millie lezen? Ga naar: www.romilde.nl
De eerste date is een verschrikkelijk iets. Wie dat uitgevonden heeft mag van mij regelrecht door naar het grofvuil. Daten. Het woord alleen al. Letterlijk vertaald: tijdstippen. Maar met alleen een tijdstip ben je er nog niet. Je hebt nog een plaats nodig. Een andere persoon. En jezelf, natuurlijk.
Het voortraject van een date is veel beter. Je flirt wat over en weer, via sms, Facebook, Twitter, Hyves. Berichtje hier. Een paar dagen later een berichtje daar. Op ieder moment kun je je uit de hitte van de strijd terugtrekken. Zo van, nee, toch maar niet. Niemand die je op de vingers tikt. Je hebt toch niets beloofd?
Maar met het plannen van een date heb je een afspraak. En afspraken kom je na. Ik wel, tenminste. En dus kijk ik nog een keer in je agenda waar op zondag met grote letters DATE staat geschreven. My god. Een week van te voren voel ik de spanning al in m´n lijf.
De verhalen van mijn vriendinnen over hun ´eerste dates´ zijn ook niet echt opbeurend. ´Toen ik met Wouter voor het eerst afsprak was ik zo zenuwachtig, dat ik op weg naar hem toe wilde afbellen met een smoes dat ik ziek was´, vertelt er een. Daar heb ik ook niet veel aan.
Een ander vriendinnetje vertelt over haar vriend die maar niet stopte met praten op date één. Wat een drama. Maar hopen dat mij dat niet overkomt. ´Moet ik je anders tijdens je date bellen, dat ik in een noodsituatie zit en je onmiddellijk moet komen?´. Altijd even behulpzaam, die vriendinnen van mij.
Ondertussen moet ik nog steeds een tijd en plek verzinnen. Het tijdstip is namelijk heel belangrijk bij een date. Als je voor het eten afspreekt kun je beleefd weg en mocht het toch gezellig zijn, kun je daarna nog samen gaan eten.
Terloops zeg ik tegen m´n vriendin dat ik misschien van te voren thuis een wijntje neem, om de zenuwen een beetje te bedwingen. ´Tuurlijk!´, roept m’n vriendin, ´wel twee!´. Dat had zij ook moeten doen bij haar date. Zij kon niet wachten tot het eerste biertje, maar hij bestelde doodleuk een cola. Ze schrok daar zo van, dat ze een koffie bestelde. Alsof ze nog niet genoeg stuiterde…
Dan is het zondag. De dag van de date. Ik heb allang bedacht wat ik aandoe. Maar als ik me een uur van tevoren omkleed, vind ik het toch niets. En dan heb ik nog stress. Uiteindelijk ga ik de deur uit in iets wat ik eigenlijk helemaal niet aan wilde. Maar het zit wel relaxed. En vrouwen die lekker in hun vel zitten stralen dat uit, zeg ik tegen mezelf.
Met al de dramaverhalen van mijn vriendinnen in mijn achterhoofd stap ik op de fiets. Maar als ik mijn date ontmoet verdwijnen al mijn zorgen als sneeuw voor de zon. De zenuwen blijven me jammer genoeg nog wel even vergezellen.
Hij gaat drankjes halen. Ik wil graag een biertje. Always stick to your plan. Hij komt terug met een biertje en… een koffie! Ok. Dat wordt nog wat. Maar, wacht, hij is ook zenuwachtig, zie ik nu! Pff, gelukkig…
Hoewel ik alle digitale trends op de voet volg, loop ik op een gebied hopeloos achter. Want zo ongeveer iedereen om me heen schijnt er een te hebben. Een account op een datingsite. Met daarop je leukste foto, een verhaaltje over jezelf en natuurlijk waarnaar je op zoek bent.
Zoiets als: een leuke spontane man, minimaal 1.80, slank postuur, hoogopgeleid, goede baan, niet rokend, leuke vrienden, sportief, met een eigen leven, houdt van reizen, cultuur, maar moet ook af en toe op de bank willen hangen. En handig zijn in huis. Behulpzaam, attent, lief, maar natuurlijk ook stoer en mannelijk. Oh ja, het liefst wel dichtbij wonend. Bescheiden eisenlijstje toch? De vrouw in kwestie heeft ook een hoop te bieden!
Klik op search en hoppa, daar komt de site met een lijst met kandidaten. Vriendinnen van me mailen dan dus met een man die ze nog nooit gezien hebben. Gaan af op een vaag vakantiekiekje van tien jaar geleden waar de man in kwestie bruingebrand en tien kilo lichter ontspannen in de camera lacht. En niet een man, nee er wordt met een paar mannen tegelijk gemaild. Totdat er misschien wel een afspraakje op volgt.
Voor sommige vrouwen is het internetdaten geen doel op zich, maar meer een manier om weer ´out there´ te zijn. Zo vertelde een vriendin mij: ´Als ik volgende maand geen duidelijkheid krijg met Peter, zet ik mezelf weer op Relatieplanet´. Oeh! Pas maar op Peter! Want Sjoerd is on his way:
´hoi ales goed met jauw hier wel ik ben sjoerd26 jaar uit werversoofleuk spontane jonge ik zag je foto ik dag even berichtje stuuren je zag er zoo goed uit lijkt me leuk om een keer af te spreeken als jij dat ook find ik hoor het wel je kan ook belen naar 06309876## groed sjoerd´
Dit bericht kreeg een vriendin van mij in haar inbox op een datingsite voor hoger opgeleiden. Serieus. Ja, ik mis heel wat aan dat internetdaten...
Buiten het feit dat ik het raar vind dat je een man kunt uitzoeken op lengte, inkomen en woonplaats, lijkt het me ook verrekte saai om een man te hebben die precies hetzelfde denkt over alles. What about ´the opposites attract´? Nee, ik geloof niet in een man op bestelling.
Wat mij het meest stoort aan dit fenomeen is het feit dat je elkaar niet ziet. En dan gaat het me nog niet eens om het uiterlijk (OK, het speelt wel mee). Maar communicatie schijnt voor 80% non verbaal te zijn. Dus waarom je tijd verspillen aan de 20%, als je binnen een halve minuut de 80% kan zien?
Hoewel mijn vriendinnen tientallen voorbeelden hebben van mensen die via internet bij elkaar zijn gekomen, waag ik me niet aan het internetdaten. Toch ben ik wel nieuwsgierig. Dus wie weet ga ik binnenkort een keer voor daten met de 80%. Ook wel speeddaten genoemd. Drie minuten praten met een man, een ja of nee aankruizen en hop, de volgende komt voor je zitten. Ideaal. Drie minuten is meer dan genoeg om in te schatten of er een klik is of niet.
Hmm… ik denk er nog even over. To be continued…
© Romilde van Dongen
Mijn vriendinnen vinden mijn verhalen over mannen heerlijk. Ik vind ze helemaal niet zo interessant. Ik ben niet iemand die tientallen mannen per jaar verslijt, dus zoveel valt er meestal niet te vertellen. Maar m´n vriendinnen-met-vriendje smullen van de paar verhalen die ik heb. ´Dat mis ik zoooo aan het hebben van een vriendje´, zeggen ze dan. Terwijl ik er weinig aan vind. Eerder ingewikkeld.
Ongemerkt verzamel ik veel vriendinnen om me heen die ook mooie single verhalen vertellen. Eigenlijk gaat het niet om het vertellen, maar eerder om het advies dat dan heel hard nodig is. Want, wat betekent het als je midden in de nacht elf gemiste oproepen en drie smsjes hebt gekregen van een man die je één keer gezien hebt? En wat als hij na drie dates ineens niets meer laat horen? Of gewoonweg jullie afspraak is vergeten? Wat betekent dat?! Hulp is nodig!!! Dus alle vriendinnen worden ingeschakeld.
´DUMPEN!´, zegt de ene vriendin.´Als hij ´s nachts belt kan dat maar een ding betekenen…´. ´Misschien is er iets met z´n oma, of moest hij tot heel laat werken en is hij je even helemaal vergeten!´, roept de ander. Want, voor anderen denken kunnen vrouwen heel goed. Nog beter dan dat anderen dat zelf kunnen. Ondertussen zit je met zes uiteenlopende adviezen en weet je nog niet wat je moet doen.
Niet alle vrouwen hebben deze behoefte. Daar kwam ik laatst achter toen een vriendin na twee uur kletsen tussen neus en lippen door vertelde dat ze vorige week drie dates had gehad. Drie! DATES! En dat vertelde ze me na een paar uur! ´Ja, zei ze, ik heb me ingeschreven op een datingsite´. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ik probeerde de details van elke date uit haar te trekken, maar ze vond het zelf allemaal niet zo boeiend. ´De eerste was zo´n nerd, dat ik nu niet meer zenuwachtig ben voor dates. Ik zie het wel´. Maar ze bleef wel vijf uur zitten. Met die nerd. Nu gaat ze zeilen met date nummer drie. Het gaat niets worden, dat weet ze al. Maar ze vindt zeilen zo leuk…
Ondertussen blijf ik het allemaal maar ingewikkeld vinden. Het flirten kent geen grenzen met alle moderne communicatiemiddelen. In de hitte van de strijd moet je je Facebook checken op nieuwe berichten op je prikbord, blijft je telefoon de hele dag naast je op tafel liggen (wie weet heb je een sms!), kijk je toch ook maar even of je geen krabbel op Hyves hebt, en ondertussen moet je zijn pagina's ook nog in de gaten houden, want oh wee als je wat mist!
Soms mis ik de tijd dat er nog geen internet en mobiele telefoons bestonden. Dat je gewoon nog ouderwets de vader van die leuke jongen aan de telefoon kreeg. Die dan veelbetekenend naar boven riep dat ´Rooomilde´ aan de lijn was. Wist je meteen of er in dat huishouden al over je gesproken werd. Heerlijk, die goede oude tijd.
© Romilde van Dongen
Mijn eerste Lowlands was afgelopen weekend. Lowlands zag ik altijd als een festival waar langharige, zwetende, drugsgebruikende alto´s tijdens optredens hard tegen elkaar aan beuken. Maar dat was vroeger. Zeggen mijn vrienden. Nu is het veel meer´mainstream´ geworden, zeggen ze. Noem een jongen die zijn kampeerspullen in een groene kliko vervoert maar mainstream. En de mensen die op regenlaarzen lopen bij 25 graden. Doe ik ook weleens. En die jongens die van top tot teen in fluorescerende nylonpakken verpakt rondlopen. Ze roken en drinken bier door hun panty heen. Heel normaal. De twee mannen met een vissenkom op hun hoofd die door een pijpje ademen zie ik ook elke week in de stad. Zo mainstream.
Ook mainstream zijn de telefoontjes waar iedereen op Lowlands mee belt. Oude toestellen zoals de NOKIA 3210, waarop je vroeger uren hebt zitten Snaken en de altijd vrolijk gekleurde Swing van HI, alle old school mobieltjes kwamen uit de broekzakken. Je moet wat als je mobieltje leeg is en er geen stroom op de camping is. Die gouwe oude doet het nog prima als je je vrienden tussen 55.000 andere bezoekers moet vinden. Toch is smsen beter, je verstaat elkaar niet door de harde muziek. Ik krijg een smsje van mijn vriendin binnen,´waar zijn jullie?´. Ik geef mijn telefoon aan haar, ze zit naast me.´We zijn hier´, zeg ik. Heel handig, vier uur vertraging met smsen. Bellen lukt ook niet. Dus dat betekent: afspraken maken. Of gewoon veel zoeken.
´Ben jij Danny?´ vraagt mijn vriendin wanneer we hem zoeken. Ik kijk haar verbaasd aan. De jongen lijkt in de verste verte niet op onze vriend. ´Nee, maar dat kan ik wel worden´, zegt de jongen. We lachen en babbelen even met hem. Dan gaat ze naar de volgende.´Ben jij Danny?, vraagt ze. We hadden toch om 11 uur afgesproken voor de Alpha tent?´ De jongen kijkt ons verbaasd aan. ´Ik ben Claire, val ik bij, van Relatieplanet!!??´ De jongen stottert en hakkelt en weet niet hoe snel hij weg moet komen. Mijn vriendin en ik gieren het uit. Dit is leuk! En Danny komen we vast wel weer tegen.
Voor de toiletten staat standaard een rij. Gelukkig zijn het wel echte wc´s en geen dixy´s. Toiletpapier is er voldoende en het water uit de kraan kan gedronken worden. Groot pluspunt. Het enige wat ontbreekt is zeep. Dat betekent dus dat iedereen op Lowlands met vieze handen rondloopt. Ieh!! Bij de wasbakken roep ik richting een paar mensen´of ze de zeep even aan kunnen geven´. Ik krijg een paar vreemde blikken toegeworpen. Een jongen begrijpt het, en wijst op de limoen in de vergane caiphirina voor mij. Bijna net zo goed als zeep. Mijn vriendin en ik gaan lachend weg. Humor bij de toiletten. Dat kan toch echt niet.
Tussen al ons spontane contact met mede Lowlandsgangers door, zien we ook wat optredens. En lachen we 30 minuten om cabaret. Proberen we de´stilte hooibaal´ in te komen, maar de rij is keer op keer te lang. Spelen we Lingo met verrekijkers omdat het letterbord in een boom tientallen meters verderop hangt. Het wordt live bediend door iemand die in die boom zit. Krijgen we uitleg over de producten van de Smartshop, die we toch maar overslaan. Misschien volgend jaar. De schommelstoel voor tien personen weten we om te toveren tot een ware attractie, al gauw ontstaat er een rij. Zo hard mogelijk wordt er geschommeld. Daarna van links naar rechts. Betalen mogen de mensen bij mij, vijf minuten voor maar een muntje. Jammer dat daar niemand intrapt.
Waar wel in getrapt wordt zijn de plastic bekertjes. Het festivalterrein ligt bezaaid met plastic afval. Er zijn mensen die de dag doorkomen met het zoeken naar bekers, waar ze een munt voor krijgen.´Als je toch bezig bent, pak dat bord daarnaast ook even op´, zegt mijn vriendin tegen een meisje dat bekers oppakt. Daar maakt ze geen vrienden mee. De groep Polen die Lowlands bezocht om rijk te worden van het statiegeld ook niet. Zij blijken het terrein afgezet te zijn. Ik hoop dat ze heel ver komen met hun Lowlandsmunten.
Lowlands mainstream? Echt niet. Een afterparty bij de Vietnamees waar iedereen op de tafels staat te dansen op slechte muziek uit gare boxen. Wel voorzichtig, glijd niet uit over de rode saus! Vind ik niet echt mainstream. Wel een unieke ervaring. Want ik heb nog nooit zeven picknicktafels op elkaar gestapeld zien worden en een menigte keihard horen juichen bij elke volgende tafel die erop gestapeld wordt. Misschien is het ook wel de gebeurtenis die Lowlands 2010 voor eeuwig zal kenmerken. En, ja! Daar was ik bij.
© Romilde van Dongen
Vrouwen geven elkaar vaak advies. Over de meest uiteenlopende zaken. Kleding: ‘doe die ene spijkerbroek aan, die staat je echt zo mooi!’. Eten: ’bij dat tentje op de hoek aan de gracht kun je zooo lekker eten’. Films: ‘ik heb de hele film gehuild, zo ontroerend was die. Moet je ook gaan zien, hoor!’.
Negatief advies daarentegen, beter bekend als kritiek, komt minder vaak voor. Je vriendin bekritiseren is toch net wat minder fijn dan haar een mooi compliment maken. Voor mij geldt dat zeker. Ik ben iemand die weinig kritiek uit naar mijn vriendinnen. En als ik dat doe, dan meestal verdekt.
‘Zou je niet liever dat andere shirtje aandoen, daar kun je die prachtige laarzen bij aan’, zeg ik als een vriendin op het punt staat een niet flatterende outfit aan te doen. ‘In dat shirtje zie je je vetrollen zo goed’, klinkt toch anders. Dan weet je zeker dat je die avond de deur niet meer uitgaat. Als de vriendin dan toch voet bij stuk houdt, moet ze het zelf maar weten. Ik heb haar immers iets anders geadviseerd.
Kritiek ontvangen is ook geen hobby van me. Als ik dat in een gesprek met een vriendin aan voel komen, moet ik me inhouden om niet keihard weg te rennen en in het verste hoekje weg te kruipen. Terwijl ik de dichtstbijzijnde uitgangen check, blijf ik rustig naast mijn vriendin zitten, iets oppervlakkiger ademhalend en een tikje in elkaar gedoken, klaar voor de eerste klap. We hebben het over mannen (what’s new?). ‘Wat bedoel je daar precies mee?’, hoor ik mezelf met een onvaste stem vragen. Want: nu komt het. Dat wat ik eigenlijk niet wil horen. Dat wat ik zelf diep van binnen wel weet, maar al heel lang kan ontkennen. Tot nu. Want meerdere mensen weten ervan. Nu ben ik erbij…
Mijn vriendin haalt diep adem. ‘Nou, ik heb het al jaren eerder tegen je gezegd, maar jij valt op een bepaald type mannen, dat een bepaald gedrag vertoont’. Glazig kijk ik mijn vriendin aan. Waarom weet ik dit niet? Was ik erbij toen ze dat vertelde? ‘Je hebt twee soorten mannen’, gaat ze verder, ‘de man die weet dat hij leuk is en rustig de tijd neemt om de vrouwenmarkt te verkennen. En er is de man die misschien wat minder knap en goed gebekt is, maar die wel serieus in contact met vrouwen is. En jij valt op de eerste. Dat is soms heel lastig, aangezien deze groep alle tijd lijkt te hebben en jou niet als enige kandidaat heeft’.
Is mijn vriendin afgestudeerd in liefdeswetenschappen? Hoe weet zij dit? Wat weet ze nog meer?! Ik bekijk mijn vriendin ineens met heel andere ogen. ‘Zo’n tachtig procent van de mannen valt in de eerste categorie. En dat maakt het voor ons verdomde lastig om uit te vinden wie van deze kerels het nu serieus meent’, legt ze uit. Mijn vriendin moet gepromoveerd zijn in dit vak. Zou ze ook cursussen geven? Ik ken nog wel een paar vrouwen die dit soort informatie zeer goed kan gebruiken. ‘Jij wilt op een gegeven moment weten waar je aan toe bent, maar daar hebben die mannen dan nog geen antwoord op. Ik vind dat een mooie eigenschap van je, maar dat is in de praktijk vaak lastig’. Ik ga rechtop zitten en neem een slok van mijn wijn.
Nooit geweten dat kritiek ook fijn kon zijn om te krijgen. Handig, inzichtelijk, uit een goed hart komend, is kritiek eigenlijk heel relaxed. Want met eerlijk zijn kom je veel verder dan om de hete brei heen draaien. Of gewoon niets zeggen en maar laten, zoals de mannen uit categorie 1 doen, dat is eigenlijk nog veel erger. Gelukkig hebben wij vrouwen elkaar nog. Voor een stukje eerlijk advies.
© Romilde van Dongen
Zal ik het dan maar gewoon zeggen? Dat wat we allemaal denken? Ja? Ok. Van mij mag de zon weer aan. En de temperatuur weer naar eind twintig. Want dit weer is natuurlijk helemaal niks zo. Ik weet dat ik nu het meest besproken en beklaagde onderwerp behandel, maar dit kan zo niet langer. En iemand moet het zeggen.
Voor het eerst wilde ik niet emigreren naar een land waar de zon wel veel schijnt. Want wekenlang werden de Nederlanders verwend met prachtig zomerweer. Iedereen was er blij mee. Behalve de bejaarden dan. En de klagers (‘het is zoooo heet, het mag wel wat minder van mij’). En de mensen die op vakantie waren (‘Altijd als IK weg ben is het mooi weer in Nederland´). Maar die tellen niet mee. Voor de rest was iedereen blij. Ontzettend blij met de zomer van 2010.
Ik merkte dat mijn leven echt veranderde. De indeling, de activiteiten, maar ook mijn humeur. Want die kon niet meer stuk. Fluitend en zingend fietste ik door de stad, iedereen een glimlach voor oor tot oor schenkend. Als ik de deur uitging hoefde ik niet te denken, jas mee? Zonnebril op, stond nu op de checklist voor ik me naar het terras begaf. Om daar een heerlijk witbiertje te bestellen. Om elf uur ’s avonds, ja. Want met de hitte was het ondraaglijk in mijn huis. Ik werd verdreven naar het park, strand, zwembad, terras of gewoon op het bankje voor mijn huis. Vreselijk, hè?
De WK wedstrijd tegen Brazilië was een hoogtepunt. Die heb ik op een on-Nederlandse manier gezien. In bikini. In een strandtent in Zandvoort. Die extra dimensie was briljant. Tijdens de rust nam een kerel naast mij ‘even’ een duik in de zee. En nooit eerder zag ik mensen met Oranje vlaggen de zee in stormen, Oranje kreten scanderend. Verbroedering op het strand. Nederlanders zijn elkaars beste vrienden. Tenminste… in de zomer. Als Nederland wint.
Dat is me nog het meest opgevallen. Dat mensen zo aardig waren voor elkaar waren tijdens de hitte. Aangezien ik geen tuin heb plantte ik mezelf vaak op een bankje op de stoep voor mijn huis. Met een drankje en een fijn boek kon ik het aardig uithouden. En elke keer sprak een passant of een van mijn buren mij weer aan. Om een praatje te maken. Over het weer (ofcourse) of mijn boek of een ander non onderwerp. Maar dat maakt niet uit. Want ik vond het fijn om aangesproken te worden. In contact te zijn met andere mensen, waar ik normaal haastig langsloop in de regen. Het leek wel of het drukke Nederland eindelijk even stilstond. En om zich heen keek en dacht, het is hier eigenlijk best leuk. En er wonen ook andere aardige mensen. En het is hier ook nog mooi weer. Wat een geweldig land, eigenlijk!
Tussen mijn hemdjes, rokjes en jurkjes zoek ik onderin mijn kast naar kleding met een mouwtje en een broek met lange pijpen. Om chagrijnig van te worden. En uiteindelijk heel verdrietig. Zucht. Erwin, Marco en onze nieuwste weervrouw, Marloes??! Zullen we afspreken dat weer zomers weer krijgen? Die 37 graden was misschien een beetje teveel van het goede. De bejaarden moeten het wel overleven. Maar een graadje of 28, blauwe lucht, zacht briesje? Moet dat lukken? Ik ben er in elk geval klaar voor… En Nederland wordt er een stukje vrolijker van.
© Romilde van Dongen
Of het nu zomer of winter is, elke ochtend is het bij mij weer hetzelfde liedje: haasten om de trein te halen. De ene keer snel wandelend over het perron, de andere keer rennend om nog voor het fluitje de trein in te springen. Daarbij word ik elke ochtend gehinderd door de mensen die uit dezelfde trein komen. Een kleine file van mensen ontstaat op het perron, waar ik me ongeduldig doorheen probeer te dringen. Niets nieuws onder de zon…
Wat wel nieuw is aan dit ochtendritueel, is de kritische blik die de forenzen in de vroege ochtend op elkaar werpen. En dan vooral de vrouwen. Al een paar keer liep ik gehaast over het perron richting mijn trein en ving ik de blik van een passerende vrouwelijke treinreizigster die haar ogen over mijn lichaam liet gaan.
En dan niet met een vriendelijke, bemoedigende blik, maar de welbekende kritische blik die vrouwen oh zo goed kunnen werpen. De eerste keer schrok ik er beetje van. Ik keek gauw naar beneden om daar die tandpastavlek of geplette hagelslag sporen van mijn ontbijt te ontdekken. Maar… all clean. Oh, ik ben natuurlijk zo uit bed gestapt en moet die ontplofte haarbos nog fatsoeneren. En nog geen make-up op… Of is dit truitje toch iets te bloot voor het werk??
Een andere keer. Ik loop over het perron, dit keer zijn er wat minder mensen. Ik heb m’n nieuwe slippertjes aan, ik ben er blij mee, ze lopen ook nog lekker. In gedachten verzonken kijk ik om me heen en zie de vrouw die me tegemoet komt lopen naar beneden kijken. Ik volg haar blik en kom uit bij mijn voeten. Ik kijk weer op, nu kijkt de vrouw naar m’n jurkje. Nou ja! Weer zo’n vrouw die me uitgebreid zit te bestuderen! Ik kijk weer voor me en zie een ander meisje met priemende ogen mijn outfit bekijken. Sjeezz!! Ik word er nu echt gek van! Mens, kijk naar jezelf!! Pissig loop ik verder. Allerlei verwensingen schieten door m’n hoofd. Wat denkt ze wel niet?! Ze mag blij zijn als ze er zo uitziet als ik. Als er iemand een beetje kledingadvies kan gebruiken is zij het wel! Belachelijk!
Ik loop verder over het perron en zie een meisje in een enorm leuk rokje. Die zou ik ook wel willen hebben! Ik probeer te ontdekken van welk merk het is. Het staat haar goed. Waar zou ze het gekocht hebben? Oh oh….. ik doe het zelf ook!
© Romilde van Dongen
‘Unlock the door… unlock my head… and dream of butterflies instead’… Bij de eerste tonen van het nummer van K´s Choice schieten de woorden me ineens weer te binnen. De Belgische band, waar ik als puber uren naar luisterde, speelt op het festival waar ik ben. Luidkeels brul ik mee met de nummers, aangevuld met wilde armgebaren en sprongen in de lucht. M’n vrienden bekijken me lachend, maar ook een beetje verwonderend. Ik ben eigenlijk ook wel verbaasd. Hoe lang is het eigenlijk geleden? Tien jaar, nee wel veertien jaar geleden draaide ik die CD grijs. Blijkbaar heeft deze kennis ergens in mijn hoofd in quarantaine gestaan. Ver weg gestopt, op een externe harde schijf. Maar eenmaal opgevraagd blijken de woorden zo weer boven te komen.
Hoe anders is het met herinneringen. Laatst stuitte ik in mijn inbox op een email van mijn ex-vriend, in de tijd dat we elkaar nog lief vonden. Na wat triviale onzin als: ‘ik ga zo naar college, eerst nog even brood halen bij de Appie’, stond als afsluiting in de mail: ‘ik houd heel veeltjes van joutjesssssss!!!!’ Gevolgd door een aantal niet te tellen X’en. Ik scrolde naar beneden, vurig wensend om een bericht van mij te zien zonder dit soort absurde baby-liefdes-gebrabbel. Maar helaas, nu bleek mijn geheugen me wel in de steek te laten: want IK, diegene die ik nu al 28 jaar HEEL goed ken, waar ik ALLES van weet en ONAFSCHEIDELIJK van ben, had eenzelfde soort ONZIN bericht naar mijn ex gestuurd. Inclusief afschuwelijke koosnaampjes. Eh, nee. Geen denken aan! Absoluut niet voor publicatie geschikt. Ik heb mijn geloofwaardigheid en een naam hoog te houden. (Probeer het eens als ik een drankje op heb…)
Met de muis scrolde ik nog een paar keer heen en weer in het bericht. Maar wachten en het scherm vaak heen en weer bewegen hielpen niets. De woorden bleven staan, zoals we ze jaren geleden getypt hadden. Hier stond het zwart op wit, dat we elkaar toch wel degelijk leuk hebben gevonden. Tussen de ruzies door vonden we toch tijd om elkaar beschamend rare geheimcode-achtige berichtjes te versturen. ‘Was sich neckt, das liebt sich’, zegt een bekend Duits spreekwoord. Ik was de ‘liebe’ tussen mij en mijn ex alleen even vergeten. Het ‘plagen’ daarentegen, stond me meer bij.
Wat is het toch met het menselijk geheugen dat bepaalde elementen soms gewist lijken? Een kleine duik in de psychologie leert ons dat het menselijk geheugen ons onder bepaalde omstandigheden een beetje voor de gek kan houden. Zo laat hij soms delen weg (‘omissie’ genoemd), om ons te beschermen, zoals bij iemand die in shock is. Maar andersom focust ons brein ook op details die de situatie in onze herinnering net even wat mooier maakt dan het was (‘commissie’). Zoals topsorters, die na de winst alleen maar praten over hoe geweldig het ging en vergeten hoeveel ze hebben moeten afzien om dit te bereiken.
Interessant, maar toch raar, dat geheugen van ons. Want wanneer het geheugen dingen blokkeert of juist romantiseert is niet te voorspellen. Dat vind ik jammer. Want als ik énig invloed op dit proces had, zou ik de nachtelijke dronken telefoontjes, de karaoke avond en de publieke blunders die ik nuchter begaan heb, meteen vergeten. Zodat ik dit soort acties zonder schaamte gewoon weer kan uitvoeren. En tja, de ruzies met de ex, zou ik ook naar de achtergrond laten verdwijnen. Om enkel de leuke momenten te herinneren. Is wel zo eerlijk voor de volgende…
© Romilde van Dongen
Je kent ‘m vast nog wel. De ijskaart. De kaart vol ijsjes die bij elke snackbar of ijscoman hangt met rijen vol afbeeldingen van ijsjes, op volgorde van prijs. De goedkopere ijsjes onderaan, zoals de Raket en het Festini ijsje, en verder naar boven de duurdere ijsjes als de Cornetto en de Callipo, met bovenaan: de Magnum. Als klein kind stond ik kwijlend voor zo’n kaart naar de bovenste rij te staren, maar vaak moest ik het doen met een ijsje uit de onderste rij. Hoe kon ik toen weten dat deze ijskaart iets héél anders betekende?
Al een tijdje terug hoorde ik van de geheel andere betekenis van deze ijskaart. De op het oog doodnormale kaart representeert onder bepaalde groepen iets heel anders dan soorten ijsjes. De ijskaart wordt bij een vriendin van mij ingezet als ranking onder mannen en vrouwen. Meiden schatten zichzelf en hun vriendinnen in op een bepaalde rij. Zo van: ‘Joyce is de knapste van ons allemaal, zij is echt een Magnum’, terwijl ze zichzelf op een Calippo inzetten. Maar nog leuker, de kaart wordt natuurlijk toegepast op alle mannen die maar even in het gezichtsveld komen. Met verbazing wordt gesproken over de vriend van Joyce ‘die toch echt niet meer dan een Raketje is’, maar waar zij al jaren gelukkig mee is.
De theorie is namelijk: je mag één rij hoger of lager, de rest is ‘out of your league’. Je hebt dus óf heel erg mazzel als je iemand kunt krijgen die twee rijen hoger is, of de kerel in kwestie heeft wel heel veel lef dat hij, een Festini, jou, toch zeker een Cornetto, durft aan te spreken.
De ijskaart schoot me weer te binnen toen ik me laatst afvroeg waarom toch altijd alle nerds op mij afkomen. Gekscherend noem ik mezelf een ‘nerdmagnet’, maar het is echt zo: de wat minder aantrekkelijke mannen, toch vaak met een probleem van sociale aard, komen standaard op mij af.
Laatst nog sprak een man, eind dertig, -niet ontzettend lelijk, maar verre van knap- mij aan. Ik had hem niet aangekeken of iets gedaan waardoor hij op mij af had kunnen stappen. Nee, ik schijn een bepaalde open uitstraling te hebben die (dat soort) mannen aantrekt.
Nu denk je: 'wat is er mis met iemand die een praatje wil maken?' en ‘moet het dan altijd om het uiterlijk gaan’, en ik geef je helemaal gelijk. Probleem is vaak het mankement dat dit soort mannen heeft, waardoor het ze waarschijnlijk niet lukt om een relatie aan te gaan. De man in kwestie gooide meteen zijn hele levensverhaal op de barkruk naast me, en de keren dat ik iets probeerde te zeggen praatte hij onverstoord door, iets luider om over mij heen te komen.
En als het gepraat van hem nou nog interessant was geweest, ok. Maar dat was het niet. Opscheppen over geld is niet aantrekkelijk en na tien minuten zwijgen van mijn kant zeggen dat ik slim ben, is gewoonweg onbegrijpelijk. Tot overmaat van ramp bood hij aan zijn e-mailadres op te schrijven. Ik mocht ermee doen wat ik wilde, weggooien of hem mailen, zodat hij me mee kon nemen naar een concert. En dan… daar…ja… op dat moment denk ik… hoe raak ik hier nu weer in verzeild? Wat doe ik (verkeerd), dat ik in deze situatie beland?! En – nog belangrijker- hoe kom ik hier beleefd weg?
Een vriendin van mij zei dat deze man in kwestie waarschijnlijk continue wordt afgebekt door vrouwen. En dat deed ik niet. Ik luisterde en knikte begrijpend naar hem. Gaf hem reden om door te gaan met zijn niet boeiende verhaal. Alleen daarom al zal ik een volgende keer weer beleefd iemands verhaal aanhoren. Omdat niemand het verdient om afgebekt te worden.
En, let’s face it… de Magnum mag dan het duurste ijsje zijn op onbereikbare hoogte, maar is ‘ie eigenlijk wel het lekkerst? De prachtige dikke chocoladelaag aan de buitenkant met de romige ijslaag van binnen, vind ik na afloop vaak een beetje teveel van het goede. Het ijs is vet, de chocolade machtig en de calorieën schijnen overeen te komen met die van een pakje roomboter. Geen wonder dat mijn moeder me als klein kind een Raketje gaf. Ze wilde niet dat ik te dik zou worden en verwend zou raken. En zonder het te weten gaf ze me ook nog de boodschap mee, dat het niet alleen maar om de buitenkant gaat.
© Romilde van Dongen